Programma
Onderdelen van de opleiding
De opleiding is opgedeeld in zeven blokken van elk zes weken. In elk opleidingsblok staat een thema centraal en komen de benodigde theorie en praktische vaardigheden aan bod. Actuele wetten zoals de Wet Werken naar Vermogen en nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen op het gebied van sociale zekerheid, werk en zorg & welzijn maken deel uit van het programma. Daarnaast zijn belangrijke onderwerpen onder meer:
• Intake, informatie, advies en verwijzing
• Recht op een uitkering of inkomensvoorziening
• Werk boven uitkering en werken naar vermogen
• Juridische beslissingen
• Beoordeling van gegevens en dossierbehandeling
• Ondersteuning bij de trajecten zorg en werk
• Ondersteuning bij schuldhulpverlening en inkomensbeheer
Voor de verplichte vakken Loopbaan en Burgerschap (LB), Nederlands, rekenen en Engels zet ProgreSZ een leerlijn zelfstudie in. Bij het vak Loopbaan en Burgerschap (LB) vormt uw (levens)ervaring het uitgangspunt. Binnen het LB-traject verzamelt u gericht bewijzen van uw kennis en vaardigheden op het vlak van loopbaan en burgerschap en vult dit zo nodig aan met nieuwe informatie en inzichten. Op deze manier stimuleren wij u uzelf verder te blijven ontwikkelen en voldoet u aan de wettelijke eisen voor het vak Loopbaan en Burgerschap.
Voor Nederlands en rekenen werkt ProgreSZ met een computerprogramma. Met behulp van digitale instaptoetsen die u vanuit huis maakt, stellen wij vast wat uw niveau is op het gebied van Nederlands en rekenen én aan welke vaardigheden u extra aandacht moet besteden. Vervolgens gaat u thuis aan de slag en oefent deze specifieke vaardigheden via een speciaal e-learningprogramma. Tegen het einde van de opleiding maakt u de klassikale eindtoetsen. Voor het vak Engels werkt ProgreSZ op een vergelijkbare manier. Aan het begin van de opleiding maakt u toetsen. Bij onvoldoende resultaat kunt u met behulp van een computerprogramma uw kennis en vaardigheden opfrissen of vergroten voor de herkansingen in de tweede helft van de opleiding.
Beroepspraktijkvorming/stage Naast de vaardigheidstrainingen op school vormt de beroepspraktijkvorming een belangrijk onderdeel van het studieprogramma. Tijdens deze periode leert u de behandelde kennis en vaardigheden toe te passen in de praktijk bij de organisatie waar u werkzaam bent. U wordt hier begeleid door een ervaren en deskundige professional. Het totaal aantal dagen dat u stage loopt, hangt af van de opleidingsvariant die u kiest. Als een BBL-opleiding (Beroeps Begeleidende Leerweg) beter bij u past en u bent (of komt) in loondienst bij het leerbedrijf, dan start u al aan het begin van de opleiding met de beroepspraktijkvorming (BPV). Dit betreft in totaal 960 uur (120 dagen). Bij de BBL-variant is er naast de BPV-overeenkomst sprake van een dienstverband. Werkgevers hebben een fiscaal voordeel bij het in dienst nemen van een stagiair dankzij de Wet vermindering afdracht loonbelasting. Als u voor een BOL-opleiding (Beroeps Opleidende Leerweg) kiest, start u na 18 weken opleiding met de stage en zorgt u dat u in totaal 600 uur (75 dagen) stage loopt. U dient zelf te zorgen voor een stageplaats bij een instelling of organisatie die door het kenniscentrum Ecabo is erkend als leerbedrijf. Meer informatie over (de erkenning van) leerbedrijven vindt u op
www.ecabo.nl .
Studieduur De opleiding duurt 1 jaar en heeft 42 lesweken met 1 lesdag per week. Bij de BBL-opleiding moet u, naast de wekelijkse lesdag, rekening houden met één dag per week voor zelfstudie en opdrachten en werkt u gemiddeld drie dagen per week. Bij de BOL-opleiding dient u daarnaast een à twee dagen per week te reserveren voor zelfstudie en opdrachten en nog eens twee dagen voor stage.
Toetsen De opleiding is opgebouwd uit een zevental zogenoemde lesblokken. De toetsing vindt tijdens deze blokken door middel van het maken van toetsen op het gebied van communicatie, recht, sociale zekerheid en engels. Daarnaast wordt gewerkt met praktijkopdrachten waaraan u al dan niet individueel werkt. In deze situatie is het noodzakelijk een integraal beroep te doen op dezelfde competenties als in een reële beroepssituatie. Toetsing gebeurt ook binnen de beroepspraktijkvorming (BPV). U werkt tijdens de BPV aan diverse opdrachten op de eigen werkplek, waarmee u beroepscompetenties aanleert of op een hoger beheersingsniveau brengt. De uiteindelijke totale beoordeling vindt plaats aan de hand van een proeve van bekwaamheid.








