Programma
Het aanleren van kerntaken en daarop afgestemde werkprocessen staat binnen onze praktijkgerichte opleiding centraal. Na uw opleiding heeft u voldoende kennis en vaardigheden (en dus competenties) opgedaan om de volgende werkprocessen van het beroep uit te kunnen voeren:
- Inventariseert de situatie en wensen van de cliënt
- Ondersteunt de cliënt bij praktische diensten
- Ondersteunt bij financiële problemen en budgetbeheersing
- Informatie-, advies-, en voorlichtingswerkzaamheden
- Bevorderen en bewaken van kwaliteitszorg
- Administratieve werkzaamheden en dossierbeheer
- Maakt een dienstverleningsplan
- Behandelt eenvoudige juridische vragen
- Bemiddelt en ondersteunt bij belangenbehartiging
- Deskundigheidsbevordering en professionalisering
- Stemt werkzaamheden af
- Evalueert de geboden ondersteuning
U houdt tijdens de opleiding een (digitaal) portfolio bij waarin u o.a. al uw lesopdrachten, stagewerk en huiswerk, cijfers en beoordelingen en gegevens over vooropleiding en werkervaring bewaart. Met dit portfolio toont u de ontwikkeling in uw kennis, vaardigheden en beroepshouding aan. Naast de beroepsgerichte lessen op school is er een leerlijn zelfstudie voor de (voor het gehele MBO verplichte) vakken Nederlands, Engels, Rekenen (met behulp van de computer) en Leren Loopbaan Burgerschap. De opleiding wordt afgesloten met een mix van verschillende toetsvormen: onder andere proeve van bekwaamheid, kennistoets, vaardigheidstoets, presentatie, gesprek. De eisen waaraan u dient te voldoen voor het diploma zijn vastgelegd in het examenprogramma.
De beroepspraktijkvorming/stage
Naast de vaardigheidstrainingen op school vormt de beroepspraktijkvorming een belangrijk onderdeel van het studieprogramma. Tijdens deze periode leert u de behandelde kennis en vaardigheden toe te passen in de praktijk bij een instelling voor sociaal maatschappelijke dienstverlening. U wordt hier begeleid door een ervaren en deskundige professional. Het totaal aantal dagen dat u stage loopt, hangt af van de opleidingsvariant die u kiest. Wanneer een BBL-opleiding (Beroeps Begeleidende Leerweg) beter bij u past en u bent (of komt) in loondienst bij het leerbedrijf, dan start u al aan het begin van de opleiding met de beroepspraktijkvorming (BPV). Dit betreft in totaal 960 uur (120 dagen). Bij de BBL-opleiding is er naast de BPV-overeenkomst sprake van een dienstverband. Werkgevers hebben een fiscaal voordeel bij het in dienst nemen van een stagiair dankzij de Wet vermindering afdracht loonbelasting. Als u voor een BOL-opleiding (Beroeps Opleidende Leerweg) kiest, start u na 18 weken opleiding met de stage en zorgt u dat u in totaal 600 uur stage (75 dagen) loopt. U dient zelf te zorgen voor een stageplaats bij een instelling die door het kenniscentrum Calibris is erkend als leerbedrijf. Meer informatie over (de erkenning van) leerbedrijven vindt u op
www.calibris.nl .
Studieduur
De opleiding duurt 12 maanden en heeft 42 lesweken met 1 lesdag per week. Voor zelfstudie, het werken aan opdrachten en dergelijke dient u minimaal nog een tweede dag te reserveren. Na de opleiding van 1 jaar bestaat de mogelijkheid om gedurende een periode van 6 maanden de stage af te ronden en eventueel nog toetsen te maken of de proeve van bekwaamheid af te leggen. In deze periode heeft u nog wel begeleiding, maar u kunt geen lessen meer volgen. Indien u na 1,5 jaar het diploma niet heeft behaald is het mogelijk om de opleiding maandelijks te verlengen en u als "extraneus" in te schrijven
Toetsen
De opleiding is opgebouwd uit een zevental zogenoemde lesblokken. De toetsing vindt tijdens deze blokken door middel van het maken van toetsen Daarnaast wordt gewerkt met praktijkopdrachten waaraan u al dan niet individueel werkt. In deze situatie moet u een integraal beroep doen op dezelfde competenties als in een reële beroepssituatie. Toetsing gebeurt ook binnen de beroepspraktijkvorming (BPV). U werkt tijdens de BPV aan diverse opdrachten op de eigen werkplek, waarmee u beroepscompetenties aanleert of op een hoger beheersingsniveau brengt. De uiteindelijke totale beoordeling vindt plaats aan de hand van een proeve van bekwaamheid.








